In mijn praktijk ontvang ik meestal cliënten met stressgerelateerde klachten, chronische vermoeidheid of pijn. Het gaat om mensen die vaak eerder al hulp zochten bij een dokter en daar niet het begrip kregen die ze nodig hadden.

Vaak wordt slechts hulp geboden aan mensen die zo ver weg zakten met hun gezondheid dat ze niet meer in staat zijn om te werken. Dan zijn de symptomen vaak al lang aanwezig. Gaf je lichaam al lang signalen.

Wat als je wel nog gaat werken, maar te moe bent om te genieten van een sociaal leven? Of moeite hebt met het huishouden? Of geen hobby’s meer kan uitoefenen?

Ligt ‘de fout’ dan bij jou? NEE! absoluut niet. Jouw lichaam kan om één of andere reden niet meer optimaal presteren waardoor jouw levenskwaliteit vermindert. Jij hebt geen nood aan een zoveelste peptalk, maar aan iemand die de tijd neemt om jou écht te helpen.

Hieronder een getuigenis van iemand met CVS die uiteindelijk de weg van herstel vond met de juiste supplementen, uitleg, voeding en mindfulness:

“Ik was midden in de veertig en had al een paar jaar het gevoel dat ik steeds minder kon. Fulltime werken en een gezin en dan nog eens genieten van in de tuin werken ging niet meer. Ik ging over op 4/5 werken en mijn man nam steeds meer taken in het huishouden en in de tuin op zich. Het voelde als een nieuw evenwicht…tot ook dat niet meer lukte en ik moest uitkijken naar ‘minder’. Net op dat moment werden herstructureringen op het werk aangekondigd. Wat voor velen als beangstigend overkwam, leek voor mij wat ik nodig had: een sabbatjaar. Een jaar waar ik het heel rustig kon doen, met veel ruimte voor wat ik het allerliefste deed: in de tuin werken. Ik zou elke dag iets kunnen doen en als ik geen zin had dan kon het wachten tot morgen of overmorgen. Geen druk om iets af te hebben en heel veel tijd om uit te zoeken welke richting ik wou uitgaan op professioneel vlak.

En toen begreep ik er niets meer van. Ik herinner mij nog heel goed mijn eerste ‘grote werk’ in de tuin: een draad inwerken in de grond zodat de wilde konijntjes niet meer onder de bestaande omheining een toegang tot mijn plantjes kregen. Met veel goesting ging ik aan de slag maar was direct buiten adem. Ik had weinig kracht in mijn armen en mijn hart bonkte als zot. De dagen erna kon ik steeds minder en dat bleek een tendens te zijn die ik niet meer kon stoppen. Gras afrijden, ruiten wassen, wandelen,…, activiteiten die zo simpel leken, moest ik onderbreken om te gaan liggen. Mijn lichaam voelde heel vreemd, mijn hart deed raar, ik kon geen gesprek meer volgen, de TV moest uit. Ik was zo moe dat tranen spontaan opborrelden, maar kon toch niet slapen. Het enige wat ik kon was liggen, in een stille, donkere ruimte totdat ik na een paar uur weer wat ‘mens’ genoeg was om in slaap te vallen.

Ondertussen maakte ik me heel hard zorgen om mijn hart dat zo’n rare sprongen maakte en mij soms het gevoel gaf dat ik ter plekke in elkaar zou zakken als ik de inspanning nog wat langer zou aanhouden. De cardiologen (ja ik nam een second en een third opinion) bleven hetzelfde zeggen: met je hart is niets levensbedreigend aan de hand, sport is goed voor je hart, de pijn en ongemak kan je negeren.

En dus luisterde ik, want ik wou perse van die overweldigende vermoeidheid en beangstigende ongemakken af, en ging naar de fitness voor een programma op maat van mijn persoonlijke conditie. De energieboost na de sport, zoals ik die vroeger altijd voelde, kwam er niet. Ik was moe en moest recupereren, maar dat nam ik erbij en wachtte op de positieve evolutie die de dokters me voorhielden. De evolutie kwam er maar was allesbehalve positief. Wanneer ik na een training in bed moest gaan liggen omdat ik het gevoel had dat ik ter plekke ineen kon zakken, zelfs zittend aan tafel, wist ik wel dat dit niet normaal kon zijn. Het trainingsprogramma kon ik geleidelijk aan niet meer rond krijgen en werd steeds maar verlaagd tot ik zelfs het startprogramma niet meer aankon.

Ook mentaal ging het van kwaad naar erger. Ik had het moeilijk om een gesprek te volgen, ik vergat heel veel zaken, ik wist plots de weg niet meer. Of die keer dat ik totaal niet meer wist welke lichtschakelaar ik moest aansteken voor de keuken, zelfs na seconden denkwerk kon ik er echt niet opkomen.

Tijdens een zoveelste bezoek aan de cardioloog verwees deze me door naar de CVS kliniek want er kon volgens haar geen verband zijn tussen mijn uitputting en mijn hartfuncties. Na de nodige lichamelijke en psychologische onderzoeken kreeg ik de diagnose CVS, wat bij mij heel hard binnen kwam. Ik hoopte na de eerste schok een behandelplan te krijgen of zoiets maar verder dan ‘niet over je grenzen gaan’ of ‘bewegen is belangrijk’ raakte ze niet. Met dat advies stond ik weer in het echte leven, ik voelde me allesbehalve begrepen en ging zelf op zoek naar wat mij kon helpen. Zo kwam ik bij een neuroloog terecht omdat ik bij momenten moeite had om mijn vork vast te houden tijdens het eten. De neurologische testen wezen niets uit en ik kreeg te horen dat het mijn schuld was. De beweging van hand naar mond is een automatisme, het is een ingebakken handeling en daar mag je niet zo bewust bij stilstaan. Natuurlijk begreep ik wel wat hij bedoelde maar het ging net andersom en ik was kwaad en ontgoocheld om zoveel onbegrip. En eigenlijk ben ik ontgoocheld in al de hulpverleners die de symptomen benaderen vanuit het puur medisch-biologisch model. Als er bij de onderzoeken niets naar boven komt, is er ook niets volgens hen en dan krijg je de gekende opmerking ‘het zit tussen de oren’. Voor mij mag het gerust zo zijn hoor, maar dan graag met de hulp van iemand die daar iets wil aan doen.

In mijn proces ervaar ik vooral dat het een ziektebeeld is dat best aangepakt wordt vanuit het lichamelijke en het psychische. Voeding, supplementen, zelfzorg, mindfulness zijn de zaken die mij vooruit helpen.

Ik heb mij laten testen op voedselintoleranties en op lekke darm bij een holistisch arts. Als ik mij kon houden aan de richtlijnen en mijn supplementen nam, voelde ik een merkbaar verschil. Maar de motivatie was er niet altijd waardoor ik te vaak heftige terugvallen had. Ik vroeg Bo om advies en zij testte mijn lichaam uit met kinesiologie. Bovendien stelde ze heel wat vragen waaruit zij zich een beeld kon vormen die ook voor mij veel verheldering bracht. Het is net die verheldering, uitleg en inzichten die ik nodig had om gemotiveerd mijn herstel aan te pakken. Een intensief plan met voedingsadvies, supplementen, huiswerk en terugkoppelingen zijn voor mij de opstap geweest om eindelijk een echt herstel te ervaren. Ondertussen ben ik terug aan het werk en is er steeds meer ruimte om nog energie te steken in leuke activiteiten. Mindfulness heeft me dan weer geleerd om te voelen in mijn eigen lichaam zodat ik leer omgaan met mijn grenzen. Hoe kan ik mijn grenzen leren respecteren als ik niet kan voelen wanneer ik in de gevarenzone kom. ”

Deze getuigenis is best een heftig verhaal. Het is gaat met vallen en opstaan, maar positieve vooruitzichten zijn er altijd! Gelukkig hoeft het niet voor iedereen zo ver te komen.